direct naar inhoud van Regels
Plan: Facetbestemmingsplan kleinschalige windturbines Noordenveld
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1699.2023BP107-ow01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het 'Facetbestemmingsplan kleinschalige windturbines Noordenveld' met identificatienummer NL.IMRO.1699.2023BP107-ow01 van de gemeente Noordenveld;

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 bedrijventerrein:

bedrijventerrein in Roden en Peize, deel uitmakend van dit facetbestemmingsplan;

1.6 beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

1.7 bouwen:

plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten;

1.8 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.9 bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel;

1.10 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.11 buitengebied:

het gebied buiten de kernen Roden, Roderwolde, Nieuw-Roden, Roderesch Peize, Altena, Nietap, Lieveren, Steenbergen, Een, Langelo, Norg, Peest, Westervelde, Zuidvelde;

1.12 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.13 geluidsgevoelig object:

gebouwen die dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

1.14 gevoelige bestemming:

woonbestemming of een andere bestemming waar mensen permanent verblijven, niet zijnde een bedrijfswoning;

1.15 kleinschalige windturbine:
  • a. een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch vermogen uit wind met een ashoogte (horizontale as) van niet meer dan 15 m1;
  • b. een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch vermogen uit wind met een tiphoogte van niet meer dan 15 m1 (horizontale as) of met een tiphoogte van niet meer dan 1,5 m1 (verticale as, windwokkel).
1.16 kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht moet worden genomen;

1.17 Noordenveldse kwaliteitsgids

document dat het landschap en de dorpen in de gemenete Noordenveld en hun karakterkstieken op hoofdlijnen beschrijft; de gids wordt betrokken bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven; vastgesteld op 22 april 2020 De kwaliteitsgids is in eerste instantie opgesteld als een document dat de gemeente betrekt bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven. In de kwaliteitsgids zijn het landschap en de dorpen in de gemeente Noordenveld en hun karakteristieken op hoofdlijnen beschreven. De gids wordt betrokken bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven. De kwaliteitsgids is een document met basisinformatie. Per landschapstype en per kern zijn een aantal overzichtelijke gidsprincipes geformuleerd. Deze gidsprincipes geven aan hoe bij ontwikkelingen omgegaan kan worden met de aanwezige karakteristieken. Zij zijn open en kwalitatief geformuleerd, zodat ruimte is voor afweging en verschillende uitkomsten mogelijk zijn. Een flexibele en op maat-werk gerichte aanpak is vereist om tot een afweging en ontwikkeling te komen.

1.18 openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitsluiting van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.19 peil:

de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;

1.20 risicovolle inrichting:

een inrichting, die ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.

1.21 windwokkel:

een kleinschalige windturbine met een verticale as en een tiphoogte van niet meer dan 1,5 m1.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de ashoogte van een windturbine:
  • 1. turbines met een horizontale as:
    vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein;
  • 2. turbines met een verticale as:
    vanaf de rotor tot aan het aansluitende afgewerkte terrein;

afbeelding "i_NL.IMRO.1699.2023BP107-ow01_0007.png"

2.2 de tiphoogte van een windturbine:
  • 1. turbines met een horizontale as:
    de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel;
  • 2. turbines met een verticale as:
    de ashoogte van een windturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt;

afbeelding "i_NL.IMRO.1699.2023BP107-ow01_0008.png"

2.3 de rotordiameter:

de diameter wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as;

afbeelding "i_NL.IMRO.1699.2023BP107-ow01_0009.png"

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

Artikel 3 Van toepassingverklaring

De regels in dit bestemmingsplan zijn van toepassing op de bestemmingsplannen van de gemeente Noordenveld die zijn opgenomen in navolgend overzicht. Het bepaalde in navolgende bestemmingsplannen blijft van toepassing, met dien verstande dat in geval van strijdigheid van bepalingen de bepalingen van dit bestemmingsplan voorgaan op de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

Naam bestemmingsplan   Identificatienummer   Datum vaststelling  
Buitengebied Noordenveld   NL.IMRO.1699.2009BP007-vg02   17-04-2013  
Herziening Haarveld   NL.IMRO.1699.2016BP063-vg02   26-02-2020  
Bedrijventerrein Roden   NL.IMRO.1699.2009BP004-vg01   26-10-2011  
Bedrijventerrein Peize   NL.IMRO.1699.2014BP045-vg01   02-09-2015  
Bestemmingsplan Kampeerterreinen in Noordenveld   NL.IMRO.1699.2010BP013-vg01
 
19-06-2013  
Bestemmingsplan De Fledders 10 te Zuidvelde   NL.IMRO.1699.2013BP043-vg01   11-02-2015  
Locatie Esweg te Nieuw-Roden   NL.IMRO.1699.2015BP052-vg01   22-03-2017  
Natuur- en landschapsboerderij Noordsche Veld   NL.IMRO.1699.2016BP059-vg01
 
28-09-2017  
De Fledders 8, Zuidvelde   NL.IMRO.1699.2016BP061-VG01   14-03-2018  
Programma Terheijl, Oostindië 30 te Nietap   NL.IMRO.1699.2016BP057-vg01   20-06-2018  
Melkweg 9 te Alteveer   NL.IMRO.1699.2017BP070-vg01   10-10-2018  
J.P. Santeeweg 127 te Nietap   NL.IMRO.1699.2016BP062-vg01   21-11-2018  
Herontwikkeling locatie Vluchtheuvel Norg   NL.IMRO.1699.2016BP060-vg01   06-02-2019  
Hoofdweg 6 Peest   NL.IMRO.1699.2020BP081-vg01   22-12-2021  
Baggelveld 9, Schapenweg 20, Nietap   NL.IMRO.1699.2021BP084-vg01   24-11-2021  
Langewijk 6 Nieuw Roden   NL.IMRO.1699.2021BP090-vg01   07-07-2021  
Turfweg 10a en de Ring 15 in Leutingewolde   NL.IMRO.1699.BP0182-vg01   24-11-2021  
Langewijk naast 9   NL.IMRO.1699.2019BP080-vg01   18-05-2022  
Verlegging Gasleiding Haarveensedijk   NL.IMRO.1699.2021BP092-vg01   02-02-2022  
Hoofdstraat 78 Een   NL.IMRO.1699.2021BP101-vg01   22-04-2022  
Scheidingsweg 24 te Een   NL.IMRO.1699.2021BP097-vg01   14-06-2022  
Herinrichting en uitbreiding zandwinning Amerika te Een   NL.IMRO.1699.2023BP093-ow01   12-21-2022  
Buitengebied Noordenveld-veegplan (ontwerp)   NL.IMRO.1699.2022BP047-ow01   30-10-2023  

Hoofdstuk 2 Algemene regels

Artikel 4 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 5 Algemene bouwregels

5.1 Kleinschalige windturbines

Het bouwen van kleinschalige windturbines is niet toegestaan, met uitzondering van:

  • a. windturbines waarvan de bouw wordt toegestaan in de regels van een bestemmingsplan dat is genoemd in de tabel van Artikel 3 (Van toepassingverklaring) van dit plan.

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels

6.1 Kleinschalige windturbines met ashoogte 15 m1

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de regels van een bestemmingsplan dat is genoemd in de tabel van Artikel 3 (Van toepassingverklaring) van dit plan ten behoeve van het plaatsen van kleinschalige windturbines (horizontale as) met de bijbehorende kabels en de verankering van het transformatorhuis op gronden in het buitengebied op of bij bouwpercelen met de bestemmingen 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Agrarisch - Kwekerij' en 'Bedrijf - Buitengebied gebonden', voor zover deze binnen het plangebied van dit facetbestemmingsplan vallen, met dien verstande dat:

  • a. kleinschalige windturbines uitsluitend mogen worden geplaatst:
    • 1. binnen een bouwperceel en bij voorkeur achter op het erf (bij geen ruimte, zoeken binnen agrarisch bedrijfsperceel), of direct grenzend aan een bouwperceel binnen een afstand van 25 meter vanaf de bouwperceelgrens, mits niet geplaatst achter het bouwperceel van een derde;
    • 2. achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw;
    • 3. passend in het landschap en de stedenbouwkundige structuur; hiertoe dient bij de aanvraag omgevingsvergunning een landschappelijk inpassingsplan te worden ingediend dat is opgesteld door een erkend bureau en waarvoor de Noordenveldse Kwaliteitsgids als kader is gebruikt; in het landschappelijk inpassingsplan moet worden aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het ruimtelijk beeld en de cultuurhistorische karakteristiek van het erf en de omgeving;
  • b. er maximaal 2 kleinschalige windturbines per bouwperceel mogen worden geplaatst;
  • c. de ashoogte niet meer dan 15 meter bedraagt (zie wijze van meten artikel 2) gemeten vanaf het peil, conform de Provinciale omgevingsverordening Drenthe;
  • d. de plaatsing van kleinschalige windturbines is uitgesloten ter plaatse van:
    • 1. de gronden met de volgende dubbelbestemming(en) 'Waarde - Archeologie 1 ', 'Waarde - Beekdal', 'Waarde - Geomorfologie', 'Waarde - Landschap', 'Waarde - Natuur 1', 'Waarde - Natuur 2', 'Waarde - Natuur 3' en 'Waarde - Natuur 4', alsmede de gronden met de aanduiding 'Open agrarisch gebied';
  • e. bij de plaatsing van kleinschalige windturbines moet rekening worden gehouden met de 'vrijwaringszone - molenbiotoop';
  • f. de energieproductie van een kleinschalige windturbine:
    • 1. niet is bestemd voor commerciële doeleinden;
    • 2. is bestemd voor eigen gebruik van het agrarische of het buitengebied gebonden bedrijf;
    • 3. 100% eigendom is;
    • 4. wordt gebruikt om te voorzien in de energievoorziening van het op het bouwperceel aanwezige bedrijf en/of van de lokale omgeving, mits er niet meer kleinschalige windturbines worden gebouwd dan noodzakelijk om in het lokale energieverbruik te voorzien;
  • g. de volgende afstandsregels in acht worden genomen:
    • 1. de wieken of de constructie van een kleinschalige windturbine mogen niet overhangen over openbaar toegankelijk gebied;
    • 2. de afstand van een kleinschalige windturbine tot het meest nabijgelegen geluidsgevoelige object, niet zijnde de eigen woning, bedraagt minimaal 60 m (4 maal de ashoogte van de kleinschalige windturbine); van deze minimale afstandsmaat kan worden afgeweken als kan worden aangetoond dat er van geluidshinder geen sprake is of als deze zo kan worden beperkt dat van hinder in redelijkheid geen sprake meer is;
    • 3. in verband met onderhoud van watergangen bedraagt de afstand van een kleinschalige windturbine tot de boveninsteek van een watergang minimaal 5 m; indien het waterschap ermee instemt, mag deze afstand minder dan 5 m bedragen;
    • 4. de afstand van een kleinschalige windturbine tot de meest nabijgelegen kleinschalige windturbine bedraagt niet minder dan 3 maal de rotordiameter;
    • 5. een kleinschalige windturbine staat op voldoende afstand van (beperkt) kwetsbare objecten, wegen, waterwegen, buisleidingen, hoogspanningsleidingen en risicovolle inrichtingen, waarbij de normering uit de Handreiking Risicozonering Windturbines d.d. 21 januari 2020 moet worden aangehouden of, indien deze gedurende de planperiode wordt gewijzigd, de meest recente normering, met dien verstande dat:
      • de afstand tot (hoofd)aardgastransportleidingen en hoogspanningsleidingen meer bedraagt dan de masthoogte + 1/3 wieklengte, tenzij de leidingbeheerder instemt met een kortere afstand;
      • de afstand tot een hoogspanningsverbinding op zijn minst de maximale werpafstand bedraagt bij twee keer het maximale toerental van de kleinschalige windturbine, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand;
  • h. advies dient te worden ingewonnen bij de netbeheerder over de aansluitmogelijkheid op het energienet, resulterend in een aansluitplan, waarin de locatie van de kabels en de aanleg van de kabels wordt meegenomen;
  • i. er overleg moet plaatsvinden met Astron;
  • j. bij de aanvraag omgevingsvergunning een ecologische quickscan moet worden bijgevoegd, waaruit blijkt dat de plaatsing van de kleinschalige windturbine(s) geen negatieve gevolgen heeft voor de natuurwaarden;
  • k. het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorwaarden kan stellen aan de plaats, omvang en gebruik van de kleinschalige windturbine met betrekking tot:
    • 1. de bezonningssituatie;
    • 2. lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing;
    • 3. zichtlijnen of visuele hinder;
    • 4. het voorkomen van slagschaduw;
    • 5. risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten;
    • 6. geluidhinder;
    • 7. de mogelijkheid tot voortzetting dan wel uitbreiding van een bestaand bedrijf;
    • 8. rijks- en provinciale monumenten;
  • l. binnen een jaar nadat een kleinschalige windturbine definitief buiten gebruik is gesteld, deze constructie met de bijbehorende voorzieningen moet worden verwijderd.
6.2 Kleinschalige windturbines met tiphoogte 15 m1 en windwokkels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de regels van een bestemmingsplan dat is genoemd in de tabel van Artikel 3 (Van toepassingverklaring) van dit plan ten behoeve van het plaatsen van kleinschalige windturbines (horizontale as) of windwokkels (verticale as) met de bijbehorende kabels en de verankering van het transformatorhuis op gronden in het buitengebied met de bestemming 'Wonen', 'Wonen - Boerderij', 'Bedrijf - Niet buitengebied gebonden' en op bedrijventerreinen, voor zover deze binnen het plangebied van dit facetbestemmingsplan vallen, met dien verstande dat:

  • a. er maximaal 2 kleinschalige windturbines of windwokkels per bouwperceel mogen worden geplaatst;
  • b. de tiphoogte van kleine windturbines en windwokkels niet meer mag bedragen dan 15 meter;
  • c. bij plaatsing op het dak de bouwhoogte gemeten vanaf de daknok of bovenzijde plat dak niet meer bedraagt dan 1,5 m, waarbij de kleinschalige windturbines of windwokkels in geval van een plat dak minimaal 1 meter uit de dakrand wordt geplaatst;
  • d. de rotordiameter niet meer dan 2 m mag bedragen;
  • e. de hoogte van een verticale as niet meer dan 2 m mag bedragen;
  • f. de plaatsing van kleinschalige windturbines is uitgesloten ter plaatse van:
    • 1. de gronden met de volgende dubbelbestemming(en) 'Waarde - Archeologie 1 ', 'Waarde - Beekdal', Waarde - Beschermd Dorpsgezicht' (Veenhuizen, Westervelde, Zuidvelde), 'Waarde - Cultuurhistorie', 'Waarde - Geomorfologie', 'Waarde - Landschap', 'Waarde - Natuur 1', 'Waarde - Natuur 2', 'Waarde - Natuur 3' en 'Waarde - Natuur 4', alsmede de gronden met de aanduiding 'Open agrarisch gebied';
    • 2. de gronden met de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone molenbiotoop';
    • 3. rijks- en provinciale monumenten;
  • g. de volgende afstandsregels in acht worden genomen:
    • 1. de wieken of de constructie van een kleinschalige windturbine mogen niet overhangen over openbaar toegankelijk gebied;
    • 2. in verband met onderhoud van watergangen bedraagt de afstand van een kleinschalige windturbine tot de boveninsteek van een watergang minimaal 5 m; indien het waterschap ermee instemt, mag deze afstand minder dan 5 m bedragen;
  • h. het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorwaarden kan stellen aan de plaats, omvang en gebruik van de kleinschalige windturbine met betrekking tot:
    • 1. de bezonningssituatie;
    • 2. lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing;
    • 3. zichtlijnen of visuele hinder;
    • 4. het voorkomen van slagschaduw;
    • 5. risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten;
    • 6. geluidhinder;
    • 7. de mogelijkheid tot voortzetting dan wel uitbreiding van een bestaand bedrijf;
    • 8. rijks- en provinciale monumenten;
  • i. binnen een jaar nadat een kleinschalige windturbine of windwokkel definitief buiten gebruik is gesteld, deze constructie met de bijbehorende voorzieningen moet worden verwijderd.

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
7.2 Overgangsrecht gebruik
  • 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 8 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het Facetbestemmingsplan kleinschalige windturbines Noordenveld'.